Nieuws
Jaaroverzicht flora en fauna 2024
Sinds 2018 brengen we de flora en fauna in en rond Zeijen in kaart. In de loop van de afgelopen jaren hebben we daardoor een steeds beter beeld gekregen wat er zoal aan dieren en planten te vinden is. Elk jaar ontdekken we weer nieuwe soorten of doen we bijzondere waarnemingen. In dit overzicht blikken we even terug op 2024.
Algemeen
Het jaar 2024 is een jaar met een nieuwe mijlpaal geworden. Door zo’n 150 nieuwe soorten zijn we de grens van in totaal 2000 soorten overgegaan. Rond het jaar 2020 stond de teller nog op bijna 1500. In zo’n 4 jaar tijd hebben we dus ruim 500 nieuwe soorten gevonden. Al deze informatie is ook digitaal vastgelegd op onze eigen internet pagina: https://zeijerwiek.waarneming.nl. Iedereen kan zich daar als waarnemer aanmelden en waarnemingen invoeren. Hoe meer mensen dit doen hoe meer waarnemingen.
In het overzicht hieronder is per soortgroep aangegeven hoeveel verschillende soorten er sinds 2020 zijn waargenomen. Onder ‘aantal’ staat het totaal aantal verschillende soorten dat in alle jaren is waargenomen. En in de laatste kolom het aantal nieuwe soorten die we in 2024 voor het eerst hebben gevonden.
Om het niet alleen bij cijfertjes te houden hieronder nog een korte impressie met bijzonderheden over een aantal soortgroepen en wat meer informatie over een aantal zeldzame waarnemingen in 2024.
Bladwespen
In 2024 zijn in deze groep 11 nieuwe soorten bijen, wespen en mieren gevonden, waaronder de zeldzame meidoornbladwesp.
Bladwespen zijn er in allerlei soorten en de verschillende soorten onderscheiden zich van elkaar door hun voorkeur voor een bepaalde plant of boom, bijvoorbeeld de aardbeibladwesp of de kamperfoeliebladwesp. Om een meidoornbladwesp te zien, weet je dus waar je moet zoeken. Omdat de meidoornbladwesp veel op een bij lijkt, zie je deze al gauw aan voor een bij. En dan zijn er ook nog een aantal andere bladwespen die ook op een bij lijken. En dus ook verwarring kan geven als het gaat om de soortnaam. De meeste zekerheid geeft de waardplant. Een bladwesp in een meidoornboom is (bijna) zeker altijd een meidoornbladwesp.
Grote weerschijnvlinder
Hoewel over de dagvlinders in 2024 eigenlijk niets bijzonders is te melden toch een nieuwtje. Dat betreft een nagekomen melding uit 2023 van een waargenomen grote weerschijnvlinder. Het mannetje van deze vlindersoort is een juweeltje om te zien met zijn prachtige blauw oplichtende vleugels. Deze vlinder is vooral te vinden op de hogere zandgronden van ons land (Twente, Achterhoek, Limburg), maar duikt de laatste jaren echter ook steeds vaker op in de noordelijke provincies. En in 2023 dus ook in onze woonomgeving.
Grote gerande oeverspin
Voor veel mensen zijn geleedpotigen als spinnen en pissebedden geen aansprekende insectensoorten. Dan is het fijn als er toch mensen zijn die er werk van maken om spinnen en pissebedden in kaart te brengen. En wat dat betreft is 2024 voor deze soortgroep een topjaar: Er werden maar liefst 34 soorten waargenomen (totaal over alle jaren: 55), waaronder 9 nieuwe soorten.
De zeldzame grote gerande oeverspin is zo’n nieuwe soort. Dit is de grootste spin die in Nederland voorkomt. De lichaamslengte varieert van 15-22 mm. Zoals de naam al doet vermoeden, leeft deze spin in de buurt van water. Het zijn snelle jagers, die over water kunnen lopen of bij onraad zelfs onder water duiken. Op het menu staan o.a. kleine visjes en salamanders.
Nachtvlinders
Was dit al de soortengroep met op de op een na meeste waargenomen soorten, daar kwamen in 2024 nog eens 33 bij. In totaal zijn er 378 verschillende soorten nachtvlinders waargenomen door de jaren heen. Daar zaten 3 nieuwe mottensoorten bij die meer zeldzaam zijn: roomtipje of tapijtmot, streepzaadvedermot en fruitboomkokermot.
De tapijtmot heeft een bijzondere voorkeur voor (wollen) tapijten en zoekt dan het liefst de donkere plekjes op. En dan bij voorkeur onder kasten of banken waar (bijna) nooit de stofzuiger voorbij komt. Een stoffig opgeslagen tapijt op zolder of in de schuur is helemaal een zeer geliefde plek. Daar kan het vrouwtje van deze mot in alle rust tot wel honderden eitjes leggen. De larven doen zich vervolgens tegoed aan een eldorado van wolvezels. Of de eigenaar van het tapijt daar altijd even blij mee is….
Paddenstoelen
Niet alleen een gigantische soortengroep (meer dan 5000 soorten alleen al in Nederland), maar ook nog eens de aller moeilijkste om op naam te brengen: paddenstoelen en schimmels lijken soms zoveel op elkaar dat je niet alleen een superkenner moet zijn, maar in een aantal gevallen zelfs een microscoop nodig hebt om de juiste soort vast te kunnen stellen.
Voor Zeijen e.o. staat de teller door 24 nieuwe soorten weliswaar op 150, maar dat is nog maar een fractie van het totaal aantal soorten. We wachten nog op het moment dat een echte kenner eens op stap gaat in onze omgeving. Dan zal dit aantal zeker enorm omhoog schieten.
Roodhalsgans
Vorig jaar januari streek tussen de Oosterweg en de Hooidijk een grote groep kolganzen neer. Tussen de ruim 2000 kol-, toendra- en brandganzen die daar verbleven, zat toen de zeer zeldzame roodhalsgans. De roodhalsgans heeft als broedgebied de Siberische toendra’s en overwintert in de regel rond de Zwarte Zee bij Roemenië en Bulgarije. Soms dwalen een aantal vogels af of komen in een groep met andere ganzen terecht die meer naar het westen uitwijken voor de winterkou. Er worden jaarlijks wel roodhalsganzen gespot in ons land, maar dit betreft meestal ontsnapte vogels. Deze zijn (meestal) gemakkelijk herkenbaar, omdat ze geringd zijn.
Als er al eens een echte wilde roodhalsgans in ons land wordt gezien, is dat altijd in een groep van kol- of rotganzen. Omdat rotganzen vooral planten zoeken in getijdengebieden blijft deze soort – soms wel in groepen van een aantal duizenden vogels - aan onze Waddenkust hangen. Kolganzen zoeken echter veel meer de boerenakkers op in het binnenland. En dan kan het soms dus gebeuren dat er een bijzondere gans te vinden is in zo’n groep.
Grote bosmuis
Vanuit Limburg (eerste waarneming in 1939) verovert de grote bosmuis zo langzaamaan heel Noordoost-Nederland. Onderzoek naar deze soort in de jaren ’80 gaf als verspreidingsgebied nog steeds het zuidoostelijk deel van Limburg aan, maar daarna begon de opmars. Rond 2010 werd de soort niet alleen in de Achterhoek (Winterswijk) en in Twente (Enschede) maar ook in het Groningse Westerwolde waargenomen. Het raadselachtige is hierbij waarom de grote bosmuis zich zo langs de grens van Nederland en Duitsland noordwaarts beweegt. Een heel interessant onderwerp voor onderzoekers ondertussen. Intussen worden westwaarts van die grenslijn steeds meer grote bosmuizen waargenomen. En nu voor het eerst dus ook in Zeijen.
Klik hier om het PDF- bestand met een totaaloverzicht van alle waargenomen dieren- en plantensoorten. te downloaden.